Studiekostenbeding

Sinds 1 augustus 2022 is het gewijzigde artikel 7:611a BW van toepassing. Daarin is geregeld dat de scholing die een werknemer nodig heeft om zijn vak uit te kunnen en mogen uitoefenen door de werkgever betaald moet worden, dat de daaraan bestede tijd als werktijd geldt en dat die scholing zoveel als mogelijk binnen werktijd plaats moet vinden. Een studiekostenbeding mag dus geen betrekking hebben op dit soort scholing. Het maakt ook geen verschil of de werknemer de scholing al dan niet succesvol afrondt. De nieuwe regeling geldt vanaf 1 augustus 2022 ook voor bestaande studiekostenbedingen. Deze gelden niet meer na die datum.

Wat kan nog wel?

Voor onverplichte scholing kan nog wel een studiekostenbeding worden afgesproken. Het is verstandig om dat zoveel mogelijk voor elke opleiding apart te doen om onduidelijkheid te voorkomen. Het is niet bekend hoe omgegaan zal worden met een studiekostenbeding dat betrekking heeft op zowel verplichte als onverplichte opleiding. Een algemene regeling in de arbeidsovereenkomst is dan ook af te raden.

Een studiekostenbeding zal, om bij de werknemer (een deel van) de kosten te kunnen verhalen wel altijd heel duidelijk moeten zijn en goed geformuleerd. In de rechtspraak is in de afgelopen ca. 40 jaar een scala aan eisen geformuleerd waaraan een goed studiekostenbeding moet voldoen. Wordt aan de eisen niet voldaan dan wordt dat altijd in het voordeel van de werknemer uitgelegd.

Meesters van zaken kan u adviseren met betrekking tot het opnemen en de formulering van een concurrentiebeding. Neem contact op voor advies of overleg,

Deel dit als eerste!