Verlaging wettelijke rente per 1 januari 2025

Verlaging wettelijke rente per 1 januari 2025

Per 1 januari 2025 is de wettelijke rente gedaald naar 6%. Voor handelstransacties (tussen ondernemers) geldt dat de wettelijke rente is gedaald naar 11,15%. Wettelijke rente is de rente die een schuldeiser kan eisen bij een betalingsachterstand.
…….lees meer ……

Deel dit als eerste!

De advocatentoga blijft!

Waarom dragen advocaten nog steeds een toga

Geschiedenis van de toga

Volgens een persbericht dat melding maakt van modernisering of zelfs afschaffing van de toga is Napoleon Bonaparte de persoon die de toga in de advocatuur heeft geïntroduceerd. Dat is volgens advocaat en historicus Robert Sanders niet het volledige verhaal.

De advocatentoga heeft een veel oudere geschiedenis. Het Franse revolutionaire bewind maakte in 1790 echter een einde aan de advocatuur door de beroepstitel en het recht om de toga te dragen af te schaffen. Het uitgangspunt was namelijk dat elke burger voor zichzelf of een medeburger in rechte moest kunnen opkomen. In die geest werden ook de universitaire rechtenfaculteiten gesloten en stuurde men beroepsrechters de laan uit.

De chaos in de rechtszalen werd zo groot dat toen Napoleon enkele jaren later de macht greep, hij er niet onderuit kon om die revolutionaire wijzigingen terug te draaien. De onderwijswet van 1804 herstelde niet alleen de rechtenstudie maar betekende ook de terugkeer van de advocatuur en de toga. En dat terwijl Napoleon als autocraat eigenlijk helemaal geen trek had in goed georganiseerde, mondige en juridisch onderlegde advocaten. Dat illustreert de noodzakelijkheid van die hervorming.

Functie van de toga

De toga bevordert de gelijkheid tussen de pleitbezorgers van de betrokken partijen. Want ja, advocaten zijn partijdig, maar het mag voor een rechter geen verschil maken door welke advocaat een partij wordt bijgestaan. Het gaat om de waardering van het partijstandpunt en de onderbouwing daarvan, niet per se om de boodschapper die dat overbrengt. De toga draagt dus ook bij aan professionele distantie ten opzichte van de cliënt.

De advocaat is een togadrager, net zo goed als de rechter of de officier van Justitie. Dat zorgt ook voor een gelijk speelveld tussen de betrokken functionarissen. De toga belichaamt het symbolische maar principiële tegenwicht van de advocaat ten opzichte van de leden van het openbaar ministerie en die van de rechterlijke macht.

Het afschaffen van de toga zou leiden tot een verstoring van die balans, die het fundament vormt onder onze democratische rechtsstaat. Een advocaat moet immers ook het bevoegd gezag ter verantwoording kunnen roepen, denk maar aan de toeslagenaffaire. De toga is voor alle togadragers meer dan een stuk werkkleding. Of is het de bedoeling dat ook de andere deelnemers aan de rechtspleging hun toga inleveren?

Vervanging is niet nodig

Sanders weerspreekt dat de toga toe is aan modernisering. ”Als ik naar mijn eigen exemplaar kijk dan is die uit een moderne en comfortabele stof gesneden. Daar ligt het niet aan. Zelf zie ik trouwens tradities niet als het bewaren van de as maar als het doorgeven van het vuur. En vergeet wat de vormgeving niet dat die juist is bedoeld als overkleding, zodat niet zichtbaar is wat er onder wordt gedragen. Dat heeft een reden.”

De toga heeft voor Sanders een versterkend effect. ”Persoonlijk zie ik de toga als een hulpmiddel om goed in de professionele rol van procesgemachtigde te stappen, zoals een acteur zich voor de voorstelling ook verkleedt. Het is zogezegd het wedstrijdtenue. Of voor wie minder voelt voor het toernooimodel: de toga helpt om de functionele taak te vervullen als ‘officer of the court’ of ‘unabhängiges Organ der Rechtspflege’. Daarin speelt de toga een wezenlijke rol en daar mogen we best zuinig op zijn.”

Bron: Advocatie

Deel dit als eerste!

BV van de radar? Wellicht toch nog verhaal!

BV van de radar? Wellicht toch nog verhaal!

Steeds vaker blijken BV’s plotseling uitgeschreven uit het handelsregister van de Kamer van Koophandel. Wat zijn de mogelijkheden als je een vordering op zo’n uitgeschreven BV had?

Op 15 november 2023 is de “Tijdelijke wet transparantie turboliquidatie” in werking getreden. Hiermee wil de regering misbruik bij beëindiging van BV’s via turboliquidatie voorkomen. Met name in die gevallen waarin de BV ophoudt te bestaan met achterlating van schulden.

Het (voormalig) bestuur van de BV wordt verplicht om een aantal financiële stukken openbaar te maken en eventuele schuldeisers hiervan schriftelijk op de hoogte te brengen. Ook moet inzage in de administratie worden verleend. Schuldeisers kunnen de nakoming van deze verplichtingen zo nodig bij de rechter afdwingen.

Deze maatregelen moet het voor schuldeisers gemakkelijker maken om actie te ondernemen tegen de voormalige bestuurder van een geliquideerde BV als deze onrechtmatig heeft gehandeld, bijvoorbeeld door schuldeisers te bevoordelen of als om onjuiste redenen tot turboliquidatie is overgegaan.

Deel dit als eerste!

Loonstop bij ziekte terecht

Zieke manager Action heeft geen recht op doorbetaling loon

Uitspraak: de rechtbank Noord-Holland heeft een vordering tot het doorbetalen van loon van een arbeidsongeschikte manager van Action afgewezen. De manager heeft geen recht op doorbetaling, omdat hij onvoldoende meewerkt aan re-integratie.

Wat was er aan de hand? Tussen Action en de manager is een arbeidsconflict ontstaan. De winkelketen wilde de manager ontslaan omdat hij niet goed zou functioneren. De manager heeft daar bezwaar tegen gemaakt en heeft zich ziekgemeld. De bedrijfsarts constateerde dat de ziekte is ontstaan door werkgerelateerde zaken en adviseerde het conflict op te lossen met hulp van een mediator, zodat daarna de re-integratie kon beginnen.

De manager en Action konden het niet eens worden over de aanstelling van een mediator. Volgens de manager zou die mediator zijn ingeschakeld door de werkgever die nog steeds het dienstverband wilde beëindigen, terwijl zijn uitgangspunt terugkeer in het werk was. Als laatste stap heeft Action de manager 2 dagen de tijd gegeven akkoord te gaan met een mediator. De manager heeft daar niet meer op gereageerd, waarna de werkgever gestopt is met het betalen van loon.

In een kort geding vroeg de manager om het loon weer uit te laten betalen. Die verplichting bestaat immers ook tijdens arbeidsongeschiktheid. De loonstop was volgens hem niet terecht omdat hij bereid was in contact te treden met zijn werkgever en omdat hij open stond voor mediation. De werkgever voerde aan dat de manager tijdens zijn arbeidsongeschiktheid moest meewerken aan redelijke maatregelen en voorschriften in het kader van zijn re-integratie, zoals mediation. Dat weigerde hij volgens de werkgever, dus mocht de loonstop worden doorgevoerd.

Een zieke werknemer houdt recht op loon, behalve als hij weigert mee te werken aan redelijke voorschriften die erop gericht zijn om passende arbeid te verrichten. Naar het oordeel van de rechtbank was het verzoek van Action aan de manager om te bevestigen dat hij akkoord ging met mediation en de inschakeling van de door hen voorgestelde mediator, dan wel een andere mediator, een redelijk voorschrift.

De stelling van de manager dat hij wel mee wilde werken aan mediation, onder de voorwaarde dat de inzet van die mediation ’terugkeer in het eigen werk’ zou zijn, ging voor de rechtbank niet op. De mediation zou moeten kunnen beginnen zonder voorafgaande voorwaarden over het doel of de uitkomst daarvan. Daarnaast mocht de manager kiezen voor een andere mediator, of zich laten bijstaan door zijn eigen advocaat.

De rechtbank wees daarom de vordering van de manager af.

Lees hier de volledige uitspraak.

Bron: Rechtspraak.nl

Deel dit als eerste!

Verhoging wettelijke rente per 1 januari 2024

Verhoging wettelijke rente per 1 januari 2024

Per 1 januari 2024 is de wettelijke rente gestegen van 6% naar 7%. Voor handelstransacties (tussen ondernemers) geldt dat de wettelijke rente is gestegen van 12% naar 12,5%. Wettelijke rente is de rente die een schuldeiser kan eisen bij een betalingsachterstand.
…….lees meer ……

Deel dit als eerste!

Studiekostenbeding gewijzigd

Studiekostenbeding

Sinds 1 augustus 2022 is het gewijzigde artikel 7:611a BW van toepassing. Daarin is geregeld dat de scholing die een werknemer nodig heeft om zijn vak uit te kunnen en mogen uitoefenen door de werkgever betaald moet worden, dat de daaraan bestede tijd als werktijd geldt en dat die scholing zoveel als mogelijk binnen werktijd plaats moet vinden. Een studiekostenbeding mag dus geen betrekking hebben op dit soort scholing. Het maakt ook geen verschil of de werknemer de scholing al dan niet succesvol afrondt. De nieuwe regeling geldt vanaf deze datum ook direct voor bestaande studiekostenbedingen.

Wat kan nog wel?

Voor onverplichte scholing kan nog wel een studiekostenbeding worden afgesproken. Het is verstandig om dat zoveel mogelijk voor elke opleiding apart te doen om onduidelijkheid te voorkomen. Het is niet bekend hoe omgegaan zal worden met een studiekostenbeding dat betrekking heeft op zowel verplichte als onverplichte opleiding. Een algemene regeling in de arbeidsovereenkomst is dan ook af te raden.

Een studiekostenbeding zal, om bij de werknemer (een deel van) de kosten te kunnen verhalen wel altijd heel duidelijk moeten zijn en goed geformuleerd. In de rechtspraak is in de afgelopen ca. 40 jaar een scala aan eisen geformuleerd waaraan een goed studiekostenbeding moet voldoen. Wordt aan de eisen niet voldaan dan wordt dat altijd in het voordeel van de werknemer uitgelegd.

Meesters van zaken kan u adviseren met betrekking tot het opnemen en de formulering van een concurrentiebeding. Neem contact op voor advies of overleg,

Deel dit als eerste!

Vaststellingsovereenkomst ontvangen?

Vaststellingsovereenkomst beëindigingsovereenkomst ontslag

Vaststellingsovereenkomst ontvangen?

Dreigt ontslag en heeft u van uw werkgever een beëindigingsovereenkomst, ook wel vaststellingsovereenkomst (VSO) genoemd, ontvangen? Of heeft u een ander voorstel voor beëindiging van uw arbeidsovereenkomst gekregen? Het is verstandig om hier niet direct inhoudelijk op te reageren. Het advies is om bedenktijd te vragen, dan kan een deskundige voor u de vaststellingsovereenkomst controleren. Die kan u adviseren al dan niet akkoord te gaan met het voorstel dat u hebt ontvangen. U kunt er meestal van uitgaan dat uw werkgever een aanbod doet waar nog onderhandelingsruimte in zit. Soms moet het ook technisch nog aangepast worden. Vaak zijn de kosten van deze werkzaamheden verhaalbaar op de werkgever. Meesters van zaken kan u hierbij helpen.

Vaststellingsovereenkomst aanbieden?

U wilt als werkgever uw werknemer een vaststellingsovereenkomst aanbieden? Ook dan is het verstandig om rekening te houden met de minimumeisen om te voorkomen dat er een ellenlange discussie ontstaat wanneer uw werknemer juridisch advies gaat vragen. Een goed aanbod kan ervoor zorgen dat het proces soepel verloopt. Daardoor kunt u besparen op salaris, vergoeding en advocaatkosten. Meesters van zaken kan u hierin adviseren.

Houd rekening met minimumeisen

Er zijn minimale eisen waar een vaststellingsovereenkomst of beëindigingsovereenkomst aan moet voldoen. Dit om ervoor te zorgen dat een werknemer geen onnodige risico’s loopt als hij een beroep zou moeten doen op een WW-uitkering na het einde van de arbeidsovereenkomst. In ieder geval moet blijken dat het voornemen tot beëindiging niet aan de werknemer te wijten is. Ook moet rekening worden gehouden met de geldende opzegtermijn die niet altijd even duidelijk is. De opzegtermijn moet (in kalendermaanden) altijd in acht worden genomen.

Wettelijke bedenktijd

Zelfs als u als werknemer de vaststellingsovereenkomst al ondertekend hebt kan het nog zinvol zijn deskundig advies te vragen. Na ondertekening hebt u nog een wettelijke bedenktijd van minstens 2 weken. Het kan zinvol zijn daarvan gebruik te maken. Laat alsnog de vaststellingsovereenkomst controleren. U kunt dan misschien betere voorwaarden bedingen voor uw ontslag.

Vaststellingsovereenkomst ontvangen of aanbieden? U wilt advies? Neem dan contact op met Meesters van zaken via het contactformulier.

Link: Arbeidsrecht

Deel dit als eerste!

Lage WW-premie? Uw arbeidsovereenkomsten al op orde?

Lage WW-premie? Uw arbeidsovereenkomsten al op orde?

Sinds de invoering van de WAB wordt, afhankelijk van de arbeidsovereenkomst, onderscheid gemaakt tussen hoge en lage WW-premie. Het verschil is 5%. Om in aanmerking te komen voor de lage WW-premie moet u beschikken over een arbeidsovereenkomst op papier, waarin is vastgelegd dat deze overeenkomst voor onbepaalde tijd is aangegaan en dat een vast aantal uren is overeengekomen. Er zijn enkele uitzonderingen, waarop hier niet wordt ingegaan.

Deze regeling is van kracht geworden met de invoering van de WAB (1 januari 2020), maar er gold een coulanceregeling tot 1 april 2020. Vanwege de coronacrisis is deze coulanceregeling inmiddels verlengd tot 1 juli 2020. Tot die datum hebt u dus de tijd om uw arbeidsovereenkomsten zodanig op papier vast te leggen dat u met terugwerkende kracht tot 1 januari 2020 in aanmerking komt voor de lage WW-premie.

Meesters van zaken kan u helpen om de arbeidsovereenkomsten te controleren en zo nodig aan te passen, zodat u in aanmerking komt voor de lage WW-premie. Neem contact op door middel van het contactformulier en vraag naar het aantrekkelijke aanbod!

Deel dit als eerste!